Columns

Een nieuwe rubriek is aan de website toegevoegd.

Onder het bovenstaande menu item ‘Column‘ kunt u zo nu en dan een column of verhaal aantreffen van mensen die – net zoals wij – de Groene Ster en de Groote Wielen als natuur- en recreatiegebied koesteren en soms lijdzaam moeten toezien hoe zo’n gebied wordt verkwanseld door lagere overheden (gemeente, provincie) om (veelal) commerciële instellingen te faciliteren.

Uitspraak rechtbank over vergunningverlening PLF 2019

In de krant heeft u kunnen lezen dat “GSD boos was op de rechter”.
Dat waren we ook, en hieronder leggen we uit waarom.

Bescherming van het Europese Natuurgebied de Groote Wielen is óók een van onze doelstellingen. En met dat natuurgebied gaat het niet goed.
Er zijn drie soorten waar minimum aantallen broedparen voor zijn vastgesteld (Kemphaan, Porseleinhoen en Rietzanger). Voor de Meervleermuis, de Noordse Woelmuis en de Grutto zijn geen verplichte aantallen vastgesteld, maar ook daar gaat het slecht mee.  De provincie is verantwoordelijk voor de zorg voor de natuur in het gebied. Dus daar hebben we vorig jaar al eens mee gepraat. Dat leidde niet tot actie.

Voor dit festivalseizoen hebben Leeuwarden en de provincie afgesproken dat ze “natuur” géén onderdeel maken van de omgevingsvergunning. In plaats daarvan moet er een aparte ontheffing/vergunning voor gebruik van de natuur worden aangevraagd door de festivals.

In januari hebben we ons (omdat we belanghebbende zijn) bij de provincie gemeld.
We wilden meepraten over de vergunning. Maar in de maanden daarop zijn we door de provincie en de gemeente zorgvuldig buiten spel gezet. Omdat we het gevoel hadden dat er niet werd geluisterd hebben we de provincie een brief gestuurd. In die brief hebben we uitgelegd dat het slecht gaat met de Groote Wielen. Met name broedvogels hebben veel meer last van geluid dan iedereen tot nu toe dacht. Dat komt omdat geluid hun onderlinge communicatie stoort. De jongen horen de waarschuwingen (‘Alarm calls’) van de ouders niet, en daardoor is er een hogere sterfte door roofdieren en roofvogels.
Van de provincie hebben we daarop niets gehoord.
Uiteindelijk viel vier werkdagen voor de opbouw van het Promised Land Festival (PLF) de vergunning op de mat. Daar deugde niet veel van.
Dus hebben wij ons met spoed aangemeld bij de voorzieningenrechter (kort geding) in Groningen. Donderdag 6 juni was de zitting.

Herhaald onbehoorlijk bestuur en de rechter doet niets

Eén van onze kernpunten was het feit dat vergunningverlening pas enkele dagen vóór aanvang van de opbouw van het festival is verleend. Dat geeft een rechtzoekende (wij dus), maar ook de rechtbank onvoldoende tijd. Tijd die nodig is om stukken te lezen en een verzoek op te stellen. En ook de rechtbank heeft tijd nodig om technisch advies te vragen en een afgewogen uitspraak te doen.

In 2017 en 2018 heeft de rechtbank zowel de gemeente Leeuwarden als de provincie Fryslân meerdere keren indringend aangesproken op te late vergunningverlening.
In 2018 is zelfs door de rechtbank gezegd dat zoiets absoluut niet meer kan. Dat dit onbehoorlijk bestuur was. Als het nog één keer zou voorkomen wilde de rechter de vergunning schorsen. Dat betekent dat het festival niet door zou mogen gaan.

Maar op de zitting heeft déze voorzieningenrechter zich helemaal niets aangetrokken van de uitspraken van zijn collega van vorig jaar. Hij begon, voordat hij de zitting opende, met de provincie een standje geven. De provincie beloofde om het de volgende keer veel sneller en beter te doen. En daarmee was de kous af en werd de zitting geopend.
Daar werd onze voorzitter (GSD) zeer boos over, want diezelfde rechter heeft in 2015 dit ‘trucje’ ook al toegepast. Toen kreeg de gemeente onder uit de zak. Maar ook dat was voorafgaande aan de zitting. En dat betekent dat het standje niet in het verslag van de zitting en in de uitspraak terug te vinden is.

En wat voor waarde heeft het als een rechtbank voor de tiende keer tegen de gemeente of de provincie zegt dat het ‘onacceptabel is” maar er dan niets mee doet?
Dan ben je bezig om die overheden te leren dat ze rustig hun gang kunnen gaan. Omdat de rechtbank toch niet zal ingrijpen.

Europese beschermingsregels voor de Groote Wielen niet gevolgd

Tot twintig jaar geleden had Nederland een van de beste stelsels van natuurbescherming. Veel beter dan het Europese gemiddelde.Maar de afgelopen twintig jaar is door een serie wetswijzigingen dat stelsel uitgehold. De bescherming van planten werd opgeheven, er is stevig geschrapt in het aantal beschermde diersoorten en veel natuurgebieden hebben hun bijzondere positie verloren (de Nationale parken zijn bijvoorbeeld opgeheven).
“Vroeger” beschermde het Nederlandse recht de natuur dus beter dan het Europese recht. Maar de laatste jaren is dat vaak andersom.

Volgens Europees recht mogen natuurbeschermingsorganisaties (zoals GSD) zelfstandig naar de rechter om bescherming te vragen voor bedreigde natuur. Ze hebben recht op inspraak en meebeslissen in een vergunningsproces.Krijgen ze die niet dan moet de rechter de vergunning vernietigen.
Maar deze voorzieningenrechter vindt dat onzin.

De Europese beschermingsregels zijn ook heel strikt: als een overheid ook maar de geringste twijfel heeft over schade voor de natuur mag geen vergunning worden gegeven. Die beoordeling moet volgens objectieve wetenschappelijke regels en volgens de nieuwste wetenschappelijke inzichten. Als de aantallen van een bepaalde soort onder de doelstelling liggen mag er praktisch niets meer in het natuurgebied, totdat die aantallen weer op het doelniveau zijn.
Ook dat vond deze voorzieningenrechter onzin.

Rechter luisterde niet naar zijn eigen adviseurs

Een rechter kan niet alles weten. Dat geldt met name op technisch en ecologisch gebied.
Daarom kan de rechtbank advies vragen aan een onafhankelijk technisch adviesbureau voor rechtbanken. Dat is de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB).
Normaal gesproken heeft een adviesaanvraag een doorlooptijd van 6 weken. De mensen van de StAB lezen de stukken, praten met alle partijen, bezoeken de locatie en schrijven een ontwerprapport. Dat rapport gaat dan weer naar alle partijen, die commentaar mogen geven. Daarna stelt de StAB het eindadvies voor de rechtbank op.

Op 5 juni heeft de rechter de StAB om een noodadvies gevraagd, dat binnen drie dagen klaar moest zijn. De vraag was of er effect was van geluid op broedvogels in de Groote Wielen.

De conclusie van de StAB was: ja, dat is het geval. Het geluid veroorzaakt een verhoogde kans op predatie (sterfte door roofdieren/roofvogels).
Volgens de Europese rechtsregels betekent zo’n advies dat er géén vergunning mag worden afgegeven.
Maar ook dat vond deze voorzieningenrechter onzin. Hij heeft het advies van zijn eigen adviseur naast zich neergelegd.

Wat is onze frustratie?

De kern van het bestuursrecht is het beschermen van de burger tegen de grillen en willekeur van de overheid bij de toepassing van regelgeving, wetten en procedures.
In vier jaar tijd hebben wij veertien procedures in voorlopige voorziening (kort geding) en bijna evenzoveel bodemprocedures gevoerd. Dat geeft ons een unieke inkijk in de verschillen in kwaliteit tussen uitspraken. In kort geding krijgen wij als stichting meestal van de voorzieningenrechter “wat kruimels toegeworpen” maar gaat het evenement in de kern van de zaak gewoon door. Als het dan anderhalf jaar later (!) tot een bodemprocedure komt krijgen wij meestal van de voltallige rechtbank gelijk. Vaak is ook de conclusie dat de betreffende vergunning niet had mogen worden afgegeven. Daarnaast overkomt het ons regelmatig dat wij geen bodemprocedure kunnen starten omdat het bevoegd gezag tijdens bezwaar de betreffende vergunning intrekt. Of zelfs ter zitting (!) toegeeft dat de vergunning zo niet had mogen worden gegeven maar dat het volgende jaar het geheel anders en beter zal gaan. Maar ja, dan is het festival al geweest.

Wij hebben de afgelopen jaren veel geduld gehad en we zijn vorig jaar daarvoor nog door de rechtbank geprezen. Maar met het optreden van de voorzieningenrechter tijdens de zitting van afgelopen donderdag (6 juni) is voor ons het geduld op en de maat vol.
Dus wij zijn niet naar de vervolgzitting van 11 juni gegaan (zinloos bij deze rechter) en hebben hem in een brief uitgelegd waarom we verdrietig en teleurgesteld zijn.