Geluid

De overlast in de Groene Ster bestaat aan de ene kant uit overbelasting van het terrein door er met vrachtauto’s in te rijden en er met teveel mensen tegelijk te feesten. De andere vorm van overlast is overmatig geluid. Deze vorm van overlast reikt tot ver buiten de grenzen van de Groene Ster. In dit dossier willen we u achtergrondinformatie geven over geluidsoverlast.

Hieronder een zevental onderwerpen die kort worden uitgelegd:

 

Wat is een decibel, dB(A) of dB(C)?

Geluid kan worden gemeten in decibels, waarvan er twee soorten zijn. Het was in de jaren 20 van de vorige eeuw dat de dB(A) en de dB(C) curves werden bedacht. Wat de dB(A) doet, is dat het in een curve de gevoeligheid van het (menselijk) oor voor de verschillende frequenties van het geluid weergeeft. Ons gehoor is minder gevoelig voor lage en heel hoge frequenties. dB(A) is dan ook voor het gewone geluid, muziek die je als muziek hoort; niet het “boem-boem-boem” zware geluid van de dB(C), die je vooral vóélt.

In de figuur is de dB(A) curve weergegeven. Om een dB(A) meting te doen wordt een elektronisch filter gebruikt dat ongeveer net zo verzwakt als het menselijk oor. Mensen kunnen lagere tonen (onder de 500 Hz) minder goed horen dan hogere. Daarom worden nog altijd in veel vergunningen alleen maar eisen aan dB(A) gesteld. Dit kan echter tot problemen leiden omdat met een moderne geluidsinstallatie er betrekkelijk weinig dB(A) en tegelijkertijd enorm veel dB(C) kan worden geproduceerd.

de grafiek laat zien hoe sterk een een meting in dB(A) het werkelijke geluid afzwakt. Bij 30 Hz wordt bijvoorbeeld maar 1% van de werkelijke waarde gemeten.
de grafiek laat zien hoe sterk een een meting in dB(A) het werkelijke geluid afzwakt. Bij 30 Hz wordt bijvoorbeeld maar 1% van de werkelijke waarde gemeten.

Zo kan het zijn dat de metingen aangeven dat er geen overschrijding van de normen is, terwijl de omwonenden tot in hun huis muziek horen. Tijd dus, om naast dB(A) ook dB(C) in de vergunning op te nemen.

Lees ook wat  lagertoontje hierover zegt.

Meer informatie over dB(C)

dB(C) – een ander, en misschien makkelijker te begrijpen woord voor dB(C) is “bastonen“. Bastonen ofwel “het boem-boem-boem geluid”.

dB(C) is het zware geluid dat zelfs op grote afstand nog veel overlast kan veroorzaken. Afhankelijk van de wind kunnen de bastonen namelijk kilometers ver weg nog even hard klinken. Het is onder andere dit, door gemeentes veel te vaak genegeerd probleem, waar Groene Ster Duurzaam! voortdurend de aandacht op heeft willen vestigen. Want wat is er aan de hand met die dB(C)?

Waarom gedraagt het geluid zich anders dan de doorgaans in vergunningen gehanteerde dB(A)? Waarom kan het zó ver weg nog altijd even hard blijven klinken?

Het helpt als je bedenkt dat het geluid laag is, laag in Hertz, dus weinig hertzen bevat. De meeste “normale” muziek zit in het gebied tussen de 1000 en de 8000 hertz. Daaronder, beneden die 1000 hertz, begint de dB(C), de bas. Bij een gemiddelde snelheid van 300 meter van geluid door lucht, is één enkele geluidsgolf met een toon van 300 Hz ongeveer 1 meter lang. 64 Hertz, waar in de huidige speakertechniek ongeveer 60% van alle geluidsenergie in wordt samengeperst, heeft een lengte van ongeveer 5 meter. dB(C) wordt dus gekenmerkt door grote, lange golven. En die laten zich niet makkelijk tegenhouden. Ze kunnen om obstakels heen buigen alsof het water is, dat erlangs en eroverheen stroomt. Ook dringen ze zonder veel problemen dwars door ramen en muren heen. De demping door een muur is voor de zware dB(C) namelijk veel geringer dan voor het “normale” muziek geluid, de dB(A). Al deze eigenschappen gaan vooral beneden de 150 Hertz een grote rol spelen. En beneden de 150 Hertz is precies het gebied waar, in de festivalpraktijk, de meeste geluidsdruk wordt geproduceerd.

Maar het wordt nog lastiger, omdat de wind de bastonen ook nog eens als het ware kan optillen en mee kan nemen. “Normaal muziekgeluid”, dus dB(A), wordt veel gemakkelijker door de lucht gedempt. Voor de zware dB(C), de bastonen, gaat dat niet of in elk geval veel minder op. Dat betekent dat, wanneer geen of te geringe tegenmaatregelen worden genomen: of een festival ondraaglijk wordt of nog net te verdragen afhangt van hoe de wind staat. En vergeet niet dat het dan kan gaan over overlast in woonkernen op 5 – 10 kilometers afstand.

En wat richt zoiets eigenlijk aan in de natuur? Dat is natuurlijk een logische volgende vraag.

Lees ook wat lagertoontje hierover zegt.

Kan het geluid ook beter worden gemeten?

De hedendaagse festivalpraktijk zorgt voor een heel andere situatie dan die men in gedachten had tijdens het opstellen van de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai 1999:

1) de dB(C) wordt volledig buiten beschouwing gelaten. En dit terwijl de huidige apparatuur gemakkelijk het duizendvoudige (=plus 60 dB) aan dB(C) ten opzichte van de dB(A) kan produceren;

2) de in de Handleiding aangereikte meetmethode is specifiek ongeschikt om er de hinder van een festival reëel mee te wegen. Denk bijvoorbeeld maar aan de bedrijfsduurcorrectie (zie Technische Informatie);

3) ook houdt de in dezelfde Handleiding gehanteerde meteocorrectie “Cm” geen enkele rekening met het feit, dat juist de zeer ver dragende dB(C) extreem gevoelig is voor wind en windrichting (zie Technische Informatie).

Een betere meetmethode lijkt een beetje op die van de VNG, waarbij het gemiddelde van het geluid wordt gemeten over een bepaalde tijdperiode, zonder aftrek van bedrijfsduur- of meteocorrectie.

Om het bovenstaand is GSD van mening dat:

1) gebruik moet worden gemaakt van slimme filtertechnieken om de belasting in dB(C) omlaag te krijgen;

2) reële eisen aan de hoogte van de dB(C) moeten worden gesteld (zoals max. gevelbelasting 80 dB(C), zie ook richtlijn laagfrequent geluid);

3) tijdens een festival de dB(A) en dB(C) gelijktijdig moeten worden gemeten volgens het simpeler VNG-model, met een meetreeks van 1 minuut of maximaal 3 minuten om tot een gemiddelde te komen;

4) vanwege het ritmische karakter van de muziek zowel dB(A) als dB(C) gemeten moeten worden in de meterstand “fast” (125 ms);

5) de decibelmeter(s) de meetresultaten in realtime continu via het internet of het mobiele net beschikbaar moet(en) stellen, zodat burgers voortdurend geïnformeerd kunnen zijn.

Wat zou het beste zijn in de Groene Ster?

1) Maximum geluidsniveau bastonen gedurende de dag en avond op referentiepunten 5 (NO) en 7 (NW) 87 dB(C), de overige referentiepunten 81-85 dB(C).

2) Kortere duur van de blootstelling: maximaal tot 23:00 uur voorafgaande aan een werkdag en tot 24:00 voorafgaande aan een weekenddag of feestdag. Daarna is het stil.

3) Geen toegangsbeperking tot de Groene Ster tijdens opbouw en afbraak, met uitzondering van de directe omgeving van de podia (veiligheidsredenen).

4) Ten minste 75% van de Groene Ster moet bereikbaar blijven voor de reguliere bezoekers/gebruikers tijdens de festivals.

5) Gedurende de festivals stelt de gemeente een rechtstreeks en 24 uur bereikbare klachtenlijn open voor omwonenden, waarbij ook daadwerkelijk en direct actie door de gemeente wordt ondernomen bij klachten.

Wij hebben deze vijf punten met de gemeente proberen af te spreken, hetgeen tot op heden nog steeds niet is gelukt.

Wat zegt de Nederlandse Stichting Geluidshinder?

uit “richtlijn laagfrequent geluid [A.5]” van de Nederlandse Stichting Geluidshinder

Voortplanting laagfrequent geluid

De absorptie van laagfrequent geluid in de atmosfeer is veel lager dan van hoger frequent geluid. Door de lage absorptie van laagfrequent geluid kunnen laagfrequente geluidbronnen op grote afstand hoorbaar zijn. Dit wordt versterkt doordat geluidreflecties op kunnen treden door bijvoorbeeld temperatuurinversies in de atmosfeer.

Laagfrequent geluid in een woning kan veroorzaakt worden door transmissie van (laagfrequent) luchtgeluid van buiten de woning, door bronnen in de woning en door het afstralen van laagfrequent geluid door trillende gebouwdelen. Daarbij kan opslingering van gebouwdelen optreden doordat de eigenfrequenties van constructies in het betreffende frequentiegebied liggen (het beruchte “Rattle Noise”). Een secundair effect van laagfrequent geluid is dat het serviesgoed, ramen en deuren in trilling brengt, waardoor hoorbaar hoger frequent geluid (rammelen) ontstaat.

Geluidisolatie van de woning

Voor laagfrequent geluid is de geluidisolatie van een woning veel geringer dan voor hoger frequent geluid. Bijvoorbeeld: voor een gevel met een ’gewoon’ raam van enkel glas is de geluidisolatie rond 50 Hz ongeveer 15 dB en rond 500 Hz ongeveer 30 dB. Dit impliceert dat laagfrequent geluid veel beter in de woning doordringt dan hoger frequent geluid. Bij frequentie lager dan 100 Hz spelen ook de afmetingen van het (ontvang)vertrek een rol. Door interferentie kan opslingering plaatsvinden. Afhankelijk van de plaats in de ruimte kan de geluidisolatie bij zeer lage tonen (lager dan 50 Hz) minder dan 10 dB zijn.

Technische informatie voor geïnteresseerden

Vaak kan men in een vergunning voor een evenement lezen: “gemeten en beoordeeld volgens de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai 1999.” Maar als daar dan aan wordt toegevoegd “de toeslag voor muziekgeluid wordt buiten beschouwing gelaten”, dan maakt dat meteen onzin van de hele bewering. Een meting die volgens de “Handleiding meten en rekenen Industrielawaai 1999” wordt uitgevoerd, maar waarbij de toeslag voor muziekgeluid buiten beschouwing mag worden gelaten, resulteert namelijk in een meting die 3 tot 5 dB te laag uitvalt. Deze pagina wil duidelijk trachten te maken waarom dat zo is.

Als we het hebben over Handleiding meten en rekenen Industrielawaai 1999, dan hebben we het meteen over de term “LAR,LT”. Oftewel het “langtijdgemiddelde beoordelingsniveau”.

Met deze term wordt bedoeld, dat hiermee de mate van gemiddelde geluidsbelasting kan worden beoordeeld. De huidige wet heeft echter nog lang niet de hedendaagse realiteit van grootschalige festivals ingehaald. De Handleiding stelt namelijk het volgende. Eerst wordt het gemiddelde Li bepaald (het gemiddelde tussen de minimaal en de maximaal gemeten dB’s). Hiervan wordt een bedrijfsduurcorrectie (Cb) afgetrokken. Deze brengt de periode Tb in rekening dat een bedrijfstoestand duurt tijdens een beoordelingsperiode T0 (dag, avond, nacht). Een meting van 3 minuten tijdens de nacht (2300-0700 uur) zou daarmee resulteren in een bedrijfsduurcorrectie van ongeveer 22 dB (-10log(Tb/T0)). Vervolgens wordt eventueel een weerscorrectie Cm en verder een eventuele gevelcorrectie Cg in mindering gebracht. De uitkomst van Li – Cb – Cm – Cg heet LAeqi,LT, oftewel “Langtijd deelgeluidsniveau”.

NB: De bedrijfsduurcorrectie is dus bij uitstek niet gedacht voor evenementen, maar voor de industrie. Een metingsduur van 1 minuut, vooral wanneer daar een serie van wordt gemaakt, is namelijk juist prima geschikt om de mate van de door een festival veroorzaakte hinder te beoordelen. Dit wordt door de Handleiding ook bevestigd. De bedrijfsduurcorrectie zou een veel te zwaar stempel drukken, alleen maar omdat 1 minuut rekentechnisch kort is ten opzichte van het totale dagdeel. Hiermee zou de bedrijfsduurcorrectie de werkelijke hinder onrechtmatig en onbedoeld maskeren. Op de LAeqi,Lt kan tenslotte een strafcorrectie worden toegepast, K1 of K2 van 5 dB voor tonaal- of impulsgeluid; of een correctie K3 van 10 dB, voor muziek.

Een meting die volgens de “Handleiding meten en rekenen Industrielawaai 1999” wordt uitgevoerd, maar waarbij de strafcorrectie K1 , K2 of K3 buiten beschouwing mag worden gelaten, is dus onzin; en resulteert in feite in een meting die de werkelijke overlast 3 tot 5 dB te laag beoordeelt.

De VNG heeft echter een simpel model bedacht, waarbij het gemiddelde van het geluid wordt gemeten gedurende een bepaalde tijdperiode. Van het resultaat wordt verder niets afgetrokken aan bedrijfsduurcorrectie of meteocorrectie. Maar er wordt óók geen toeslag K1, K2 of K3 op toegepast. Deze meetmethode is veel beter geschikt voor festivals, mits de metingsduur van 1 minuut wordt aangehouden.

Over bastonen

Het bestaan van BAStonen wordt in feite door de meeste gemeentes verzwegen. Zo zijn alle normen op de referentiepunten uitsluitend in dB(A) gesteld. En dit terwijl juist de BAS, oftewel de dB(C), voor de meeste en ook de verst reikende overlast zorgt – met gemak tot op meer dan tien kilometers ver weg.

Bovendien wordt de BAS veel slechter gedempt door steen en glas dan het normale dB(A) geluid. Dat betekent dat de BAS veel makkelijker dan dB(A) voor onduldbare hinder binnenshuis kan zorgen.

Daarnaast meet een “normale” meting in dB(A) slechts een miniem deel van de werkelijke belasting in dB(C). Bij geluid van bijvoorbeeld 30 Hertz (dagelijkse festivalpraktijk) wordt zelfs maar één enkel procentje van de werkelijke belasting gemeten. Het uitsluitend meten in dB(A) is daarom een gotspe.

Een voorbeeld: terwijl van dB(A) bekend is dat deze door een goed geïsoleerd huis voor 25 dB gedempt wordt, blijkt uit verscheidene onderzoeken dat dit voor dB(C) niet opgaat. Hier is binnenshuis slechts sprake van 15 dB demping, en dat alleen voor een optimaal geïsoleerd huis. Dit is omdat de langere geluidsgolven van de BAS (een 30 Hertz geluidsgolf heeft een lengte, hoogte en breedte van plusminus 10 meter) veel gemakkelijker door obstakels heen dringen omdat ze slecht gereflecteerd worden. Ook kunnen ze er zelfs a.h.w. omheen vloeien.

NB: vandaar de grens van 75 dB(A) gevelbelasting uit de Nota Limburg: 75 – 25 = 50 dB binnenshuis overblijvende geluidsdruk

In de tijd dat het principe van de subwoofer nog niet uitontwikkeld was, namelijk de twintiger jaren van de vorige eeuw, kwam men tot de conclusie dat het menselijk oor voor ongeveer 15 dB minder gevoelig is voor de BAS dan voor het normale dB(A) muziekgeluid. M.a.w.: men “hoort” de lage BAS als 15 dB zachter dan hetzelfde aantal dB’s in dB(A). Deze achterhaalde conclusie gaat natuurlijk volledig voorbij aan het feit, dat de huidige basboxen zóveel energie kunnen uitstralen, dat de BAS volledig voelbaar wordt.

Men kan deze halve waarheid echter wel hanteren om de BAS te kunnen vergelijken met de dB(A), door 15 dB af te trekken van de decibelmeting. Hiermee wordt het zogenaamde verschil in “hoorbaarheid” verdisconteerd. Trekt men hiervan dan ook nog het maximum van 15 dB demping door steen en glas af, resulteert hieruit een bruikbare maat voor de hinder binnenshuis als gevolg van geluidsproductie van buiten.

Hieruit volgt, met de Nota Limburg in de hand, een maximale gevelbelasting van 80 dB(C). Trekt men hier namelijk eerst 15 dB van af om de dB(C) met de dB(A) te kunnen vergelijken, en vervolgens nog eens 15 dB om de demping door het gebouw in de berekening op te kunnen nemen, dan blijft er 50 dB binnenshuis over, de grens waarboven sprake is van onduldbare hinder.

Informatie over geluidsoverlast is ook te vinden op de site van Nederlandse Stichting Geluidshinder. Aanbevolen!

En voor wie nog meer wil lezen, bevelen we www.lagertoontje.nl aan.