Leiderschap

Gepubliceerd op: 10 maart 2021

Door: Wietse Elzinga

Was ik de baas van de Groene Ster dan wist ik het wel. Helaas is dat niet het geval en blijft het behelpen. Veel discussie rond maatregelen ten behoeve van weidevogels, het lijkt wel of er nooit iets verandert. Biodiversiteit in deze contreien laat al langer te wensen over, kennelijk lukt het bestuurders en beleidsmakers niet om effectief beleid te formuleren. Een paar jaar geleden moest ik ter voorbereiding op een hele marathon de nodige hardloopkilometers maken buiten de bebouwde kom van Leeuwarden, een deprimerende ervaring gelet op de talrijke lege, levenloze weilanden. Het lijkt wel of elk grassprietje benut moet worden voor een positief bedrijfsresultaat. Tja, en dan is geen ruimte voor bloeiende planten die als voedsel kunnen dienen voor insecten ten behoeve van voedsel voor opgroeiende vogeltjes. Aan het huidige verdienmodel van veel melkveehouders kunnen doorsnee burgers niet veel veranderen, wellicht zijn er compenserende oplossingen te vinden. De ecologische hoofdstructuur als instrument van overheidsbeleid is al jaren geleden gesneuveld als gevolg van bezuinigingen, het speelde wel degelijk een rol op de achtergrond bij de meest recente herinrichting die voor het grootste deel in 2013 werd afgerond. De Groene Ster als schakel tussen twee Natura 2000-gebieden waarvan eentje ten noorden van het natuur- en recreatiegebied aan de andere kant van de Groningerstraatweg en een ander – hemelsbreed enkele tientallen kilometers – naar het zuiden.

Zoals wel vaker met beleidsmakers, weidse vergezichten en geen actie. Lastig puntje is natuurlijk het feit dat de grond tussen de twee Natura 2000-gebieden tot een andere gemeente dan Leeuwarden hoort. Met de beheerders van dergelijke gebieden worden afspraken gemaakt over aantallen exemplaren van veelal kwetsbare diersoorten, geen resultaatverplichtingen: je kunt de beestjes moeilijk dwingen zich ergens te bevinden. Van de beheerders wordt een inspanningsverplichting gevraagd. Ik heb geen idee hoe het met de soortenverscheidenheid in de Grote Wielen is gesteld, het lijkt mij niet leuk gebiedsbeheerder te zijn: je mogelijkheden om invloed op het resultaat uit te oefenen zijn ongeveer nul. Natura 2000-gebieden zijn geografisch afgebakende (open) ecologische systemen, de toestand van een dergelijk ecologisch systeem wordt in hoge mate bepaald door de wisselwerking met de omgeving. In deze contreien is die wisselwerking ongeveer nul vanwege al die lege, levenloze weilanden. Voor de Groene Ster gelden geen beheerafspraken, het zal het gemeentebestuur worst zijn of er wel of geen leven inzit. Als er maar festivals georganiseerd kunnen worden. Niet verrassend is het met de biodiversiteit rondom Leeuwarden beroerd gesteld.

Omdat gewone stervelingen geen invloed kunnen uitoefenen op het verdienmodel van melkveehouders, moeten oplossingen in een andere hoek worden gezocht. Houtwallen zijn een kenmerkend onderdeel van het coulisselandschap van http://nl.wikipedia.org/wiki/Friese_Wouden , maar ten zuiden van de Groene Ster tref je er geen eentje aan. Houtwallen zijn uit zichzelf al ecologische systemen, allerzins de moeite van het nastreven waard. Uiteraard is het handig en verstandig realistisch te zijn, wanneer nu elk grassprietje benut moet worden voor de bedrijfsvoering zal geen melkveehouder zonder tegenprestatie grond opofferen. In de discussies over weidevogels zien we vaak het argument voorbij komen om agrarische ondernemers te betalen voor natuurbeheer, kennelijk zijn daar subsidiepotjes voor. Ik begrijp daarom niet waarom er geen inspanningen worden verricht om middels de aanleg van houtwallen twee Natura 2000-gebieden met elkaar te verbinden. Gebrek aan ecologisch leiderschap bij de betrokken gemeenten en de provincie?