Perspectief

Gepubliceerd op: 20 maart 2021

Door: Wietse Elzinga

Omgeving Groene Ster staat mooie, groene toekomst te wachten ook al duurt het nog even voordat het groen van het raaigras is vervangen door ander groen. Boven de markt hangt een ambtelijk advies over inkrimping van de veestapel in verband met stikstofuitstoot. Het nieuw te vormen kabinet zal er iets mee moeten doen. Natuur- en recreatiegebied de Groene Ster ligt in tussen een tweetal Natura 2000-gebieden die, voor zover ik weet, niet in de gevarenzone zitten als het gaat om stikstofuitstoot in de directe omgeving. De kans dat omliggende melkveehouderijen koeien naar het slachthuis moeten brengen lijken niet groot. Hoe dan ook zal ook in Friesland een deel van de koeienpopulatie die gang naar het slachthuis moeten maken. Waarom wachten op wettelijke regels wanneer je op vrijwillige basis ook vooruitgang kunt boeken als het gaat om biodiversiteit?

Ten zuiden van de Groene Ster zitten een handjevol melkveehouderijen waaronder een biologische. Die levert melk aan een biologische kaasmakerij in Heerenveen. Een stukje zuidelijker is een melkveehouder gevestigd die zuivel aan een bekende supermarkt mag leveren, dat valt op een bord in de tuin te lezen. Het toeval wil dat ik de beste man vorig jaar even kon spreken toen zijn koeien de weg moesten oversteken en ik even niet verder kon fietsen. Bent u een biologische boer? Neen, maar ook geen traditionele. Om aan AH te mogen leveren moest hij wel aan een aantal regeltjes voldoen aangaande de bestrijding van ongewenst groen in de weilanden. Wanneer deze niet-traditionele melkveehouders bestaansrecht hebben, waarom maken die andere agrarische ondernemers die overstap dan niet? Die grossieren in die lege, levenloze weilanden waarin elk grasspriet wordt uitgemolken om tot een sluitende bedrijfsvoering te kunnen komen. Waarom kunnen zij niet wat anderen wel kunnen?

Onlangs in de lente-uitgave van Natuurmonumenten een idyllisch ideaalbeeld van een natuurvriendelijke melkveehouderij. Met o.a. verkoop van zuivelproducten op het boerenerf. Dat gaat niet werken. Ooit had bijna elk dorp in Friesland een zuivelfabriek, veel zijn verdwenen maar in het dorp Giekerk kun je zien hoe die er destijds uitzagen. De directeuren werden opgeleid op de toenmalige zuivelschool te Bolsward, in het begin van mijn loopbaan heb ik daar een paar jaar gewerkt ook al was het inmiddels een hbo/mbo-opleiding voor levensmiddelentechnologie geworden. Ik heb in die tijd geleerd dat je aan producten afkomstig van het land of uit het water bedoeld voor menselijke consumptie amper waarde kunt toevoegen. Melk is vanwege micro-organismen onderhevig aan bederf, aan rauwe melk kun je niet veel verdienen en daarom ondergaat het een bewerking om de houdbaarheid te verlengen. Deze processen voegen een beetje waarde toe aan het basismateriaal, eenmaal yoghurt, kaas of wat anders kun je er geen waarde meer aan toevoegen. In deze contreien hebben bestuurders en beleidsmakers nog altijd niet begrepen dat je als regionale samenleving van melk niet welvarend kunt worden. Is het (economisch) erg wanneer er minder koeien in de wei lopen? Neen!

Desondanks gun ik de melkveehouders ten zuiden van de Groene Ster een goed belegde boterham, hun inkomsten zullen uit meerdere bronnen afkomstig zijn waaronder natuurbeheer. Omdat melk een bewerking moet ondergaan om de houdbaarheid te verlengen waarvoor een bepaalde schaalgrootte nodig is, is verkoop van zuivelproducten zoals zelfgemaakte kazen vanaf het erf niet aan de orde. Directe levering aan consumenten derhalve ook niet. Dit in tegenstelling tot groenten die gelijk vanaf het land via een webwinkel verkocht kunnen worden zoals nu gebeurt vanwege de pandemie.

Toch jammer dat er niets gebeurt om die mooie, groene toekomst realiteit te laten worden. Ondanks een wenkend perspectief blijven bestuurders en beleidsmakers gewoon op hun handen zitten. Inkrimping van de veestapel van overheidswege is dan onvermijdelijk.